Dit is het verhaal dat de toon zet voor heel Europa.
Op 16 september hield Ursula von der Leyen haar jaarlijkse State of the Union-toespraak in het Europees Parlement. Ze is zelf voormalig arts. En ze gebruikte haar spreektijd om iets te zeggen wat je niet vaak hoort van een politicus die AI omarmt: er zijn grenzen.
Haar woorden: “Wil ik dat mijn dokter direct AI-toegang heeft tot alle data die nodig zijn om de beste diagnostische of behandelkeuze te maken? Ja, natuurlijk. Maar wil ik dat mijn dokter een robot is, AI-ondersteund? Nee, natuurlijk niet. Ik wil geen robot die me vertelt of ik kanker heb of niet.”(bron)
Dat is een opvallende uitspraak. Want Von der Leyen is niet iemand die AI wantrouwt. Ze noemde AI-ondersteunde mammografie als voorbeeld van vooruitgang: “AI-ondersteunde mammografie kan tijdens screening vroeger en meer kankers identificeren. En als gevolg daarvan kunnen meer vrouwen overleven. Dus we hebben AI nodig voor de gezondheidszorg.”(bron)
De “Europese manier”
Von der Leyen positioneert Europa als middenweg tussen twee uitersten: de Amerikaanse aanpak, waar AI-bedrijven de zorg marktgestuurd transformeren, en de Chinese aanpak, waar de staat de infrastructuur bezit en de regels bepaalt.
“AI in de gezondheidszorg moet op een ‘Europese manier’ gebeuren,” zei ze. Dat betekent: AI als hulpmiddel voor de arts, niet als vervanging. AI die de werkdruk verlicht, niet die de arts overbodig maakt(bron).
Wat dit betekent
Dit is geen technische uitspraak. Het is een politieke. Von der Leyen tekent een grens af: Europa wil de voordelen van AI in de zorg, maar niet ten koste van de menselijke relatie tussen arts en patiënt.
Of dat houdbaar is, moet blijken. Want de technologie die AI-mammografie mogelijk maakt, is dezelfde technologie die AI-diagnostiek mogelijk maakt. Je kunt niet de ene toepassing omarmen en de andere verbieden. Je kunt alleen bepalen wie de beslissing neemt.
